Beluistering van Hilversum III in de nachtelijke uren (1973)

tekst: Hans Knot

Gedurende de zomerperiode van dit jaar 2020 blikte ik terug op een verschillende luisteronderzoeken, die door de loop der decennia zijn gehouden en kreeg van een van de lezers de vraag of het starten, op 15 oktober 1973, van de nachtuitzendingen van Hilversum 3 ook invloed heeft gehad op het luisterpatroon van de Nederlanders.

 

Ik heb enkele cijfers kunnen opduiken uit het archief. In de eerste week van uitzendingen in oktober 1973 luisterde 0,6% van de Nederlandse bevolking gemiddeld per uur naar de nachtuitzendingen. Erbij dient te worden vermeld dat het ging om de leeftijdsgroep van 12 jaar en ouder, dat destijds omgerekend op ongeveer 60.000 personen neerkwam. Tussen middernacht en 1 uur was de luisterdichtheid gemiddeld wel hoger en kwam uit op 1,5% dat destijds stond voor 150.000 personen.

 

Daarna liep het aantal terug doordat velen de radio afzetten en hun ogen gingen sluiten. Van 1 tot 2 uur liep het percentage terug naar 0.9 procent ofwel 90.000 personen. Van 2 tot 3 uur tot 0.4 procent ofwel 40.000 luisteraars. De uren daarna tot 7 uur lag het percentage op 0.3, dat stond voor 30.000 luisteraars.

 

Voornoemde cijfers zijn afkomstig van de derde luisterdichtheidsmeting 1973 van de afdeling Kijk- en Luisteronderzoek van de NOS, die van 7 tot en met 21 oktober 1973 werd gehouden. Gemiddeld luisterde per nacht tussen 24.00 en 06.00 uur 1.8 procent korter of langer naar Hilversum 111 en naar de andere radiostations, die na middernacht waren te ontvangen, tezamen 1.3 procent.

 

In de loop van de week luisterde tussen 24.00 en 06.00 uur 6 procent korter of langer naar Hilversum 111 en 3.9 procent naar de andere radiostations tezamen. Tussen 24.00 en 02.00 uur waren voor Hilversum 111 deze percentages 5.7 procent en voor de andere radiostations  tezamen 3.4 procent en tussen 02.00 en 05.00 uur voor Hilversum 111 1.3 procent en de andere stations tezamen 1 procent.

 

Ook werd gekeken naar samenstelling van het luisterpubliek van de nachtuitzendingen op Hilversum 111. Deze samenstelling vertoonde enkele opmerkelijke afwijkingen ten opzichte van de samenstelling van de bevolking als geheel. Zo bleken aanzienlijk meer mannen tot het nachtelijk Hilversum 111-publiek te behoren dan vrouwen, namelijk ongeveer tweederde van de totale luisteraars. De jongere leeftijdsgroepen waren sterk oververtegenwoordigd. Bijna de helft van de luisteraars was jonger dan 25 jaar.

 

Het nachtelijk Hilversum 111-publiek vertoonde, gedurende de periode van onderzoek,  gemiddeld een relatief hoog opleidingsniveau. In verband met het feit, dat deze cijfers betrekking hadden op de eerste week van de nachtuitzendingen op Hilversum 111 diende, aldus de afdeling Kijk- en Luisteronderzoek van de NOS, deze gegevens met enig voorbehoud te worden gehanteerd.

 

Ook werd er gekeken naar de verdere beluistering tijdens de overdaguren van Hilversum III.  De resultaten gaven aan dat in het tijdvak van 07.00 tot 19.00 uur gemiddeld 22.1 procent van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder naar de radio luisterde. Bij een eerdere meting, die plaatsvond, werd een totaalbeluistering van 21.9 procent geconstateerd. In het najaar van 1972 bedroeg de totaalbeluistering 24.1 procent en in het najaar 1971 25.3 procent. Ten opzichte van 1971 was de totaalbeluistering overdag dus gedaald met 3 procent.

Comments are closed.