Aankopen van mode in 1970

tekst: Hans Knot

Kleding bestellen via internet was toen nog minimaal ruim drie decennia taboe. We gingen de winkel in om in paskamers diverse kledingstukken te passen en binnen ons gezin waren daar twee bedrijven toch van belang om te bezoeken. Ik heb het over 1970 in dit verhaal. We gingen met moeder op pad, zelfs op de leeftijd dat je zelf je boontjes kon doppen. Kledinggeld was ook nog niet ter sprake en je liet je gewoon door je ouders kleden. C&A en Meijering waren de favoriete zaken en binnen deze van origine familiebedrijven bleek moeder ook nog eens kennissen te hebben die er werkten, wat weer positief werkte bij de aanschaf van kleding.

 

Voormalig modehuis Meijering. Door: Wutsje / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=18720055

In gedachten zie ik het personeel weer staan, een ouderwetse centimeterlint om de nek en krijt en speldenkussen in directe omgeving om vooral de kleding op de gewenste maat voor te bereiden. Was dit klaar dan kon een week later de aangeschafte kleding als gewenst worden afgehaald. Meijering was gevestigd aan de Vismarkt in Groningen, op de hoek van de Stoeledraaierstraat. Het was na de Tweede Wereldoorlog gebouwd nadat in de nadagen van de oorlog een groot deel van de straat was vernietigd doordat een vrachtwagen met munitie was ontploft. Opa Egbert Knot was betrokken bij de nieuwbouw, dat door aannemersbedrijf Piet Bolhuis, ook een familieonderneming, werd verzorgd.

Het ging heel lang voor de wind met het moederbedrijf, waar vele van de Stadjes regelmatig een bezoek aan brachten. Maar in december 1970 ging het voor de tweede keer mis, nadat het familiebedrijf eerder in andere handen was gekomen. Zonder het gewestelijk arbeidsbureau en de desbetreffende vakbonden precies op de hoogte te stellen, werd in de maand december 1970, twee dagen voor Sinterklaas, een deel van het personeel van het modecentrum Meijering ontslagen.

Vijftien werknemers kregen te horen dat zij hun werkzaamheden niet hoefden voort te zetten. Sommigen van hen waren al meer dan 25 jaar in dienst van het bedrijf, dat in 1969 werd overgenomen door de NV Wieringa Modehuizen uit Apeldoorn. In de loop van dat jaar werden al 25 medewerkers naar huis gestuurd. Bij de overname werd gesteld dat de verwachting was dat er nauwelijks iets zou veranderen. De bezuinigingen bij het confectiebedrijf begon met de maatafdeling op te heffen. Voorts werden enkele thuiswerkers ontslagen en de op 3 december 1970 gemelde ontslagen betroffen de afdeling herenconfectie, zoals het destijds werd genoemd. Dus dat betekende dat de eerder genoemde meetlint, het speldenkussen en het krijt zeker tot het verleden gingen behoren.

Uit de berichtgeving van destijds bleek dat een woordvoerder, de heer J. Plagge, niets verder kon melden gezien de onderhandelingen nog gaande waren. Hij stelde dit nadat er ook geruchten de ronde deden dat medewerkers van de damesafdeling van Meijering aan de Vismarkt de dupe zouden worden van de reorganisatie. Een woordvoerder van het arbeidsbureau wilde ook geen commentaar geven. Hij vertelde op de hoogte te zijn van een toekomstige afvloeiing. Hij was echter niet ingelicht over de dag waarop de ontslagen zouden vallen.

In die tijd waren er vooral kleine vakbonden actief, zo ook was er ‘de Algemene Bond Textiel en Kleding De Eendracht’. Voorzitter was de heer H.J. Kwant, die stelde dat men totaal niet op de hoogte was gesteld van de geplande reorganisatie maar dat hij wel wist dat er iets stond te gebeuren maar details waren niet bekend. Ook op het centrale kantoor van de NV Wieringa, die vestigingen had in Zwolle, Apeldoorn, Arnhem, Amersfoort, Hilversum, Haarlem, Amsterdam en nog vijftien andere steden, zei men dat er sprake was van een bezuiniging.

De reden van de bezuinigen was dat men zich diende aan te passen aan de omstandigheden omdat vooral de personeelslasten destijds drastisch aan het stijgen waren. Opmerkelijk was dat, ondanks de financiële problemen, de zaken binnen de onderneming op volle toeren doorgingen en de potentiële kijkers in de regionale kranten werden opgeroepen tot ‘o, kom er eens kijken bij Modehuis Meijering’. Probeerde men iets goed te maken met de advertentie? Was het snel afgeleverd bij de advertentieafdeling van de krant? Ik neem aan van wel want opeens stond er ongecorrigeerd Meyering vermeld.

Comments are closed.